Hoe jij omgaat met ongemotiveerde leerlingen en gedragsproblematiek.
Hier heb ik wel even over na moeten denken.
Deze vraag stelde een van de startende docenten die mijn vragenlijst invulde. Mijn vraag in die enquête was: waar zou je graag meer over lezen?
En natuurlijk snap ik dit onderwerp. Maar poe hé, ja, hoe doe je dit eigenlijk.
Eerst zocht ik naar voorbeelden voor mezelf. Voorbeelden van ongemotiveerde leerlingen. En ik bedacht me dat waar de ene leerling ongemotiveerd is omdat zij*wiskunde stom vindt, is de andere ongemotiveerd omdat het te moeilijk, of juist te makkelijk is. Of omdat zij toch al weet dat ze blijft zitten. Of misschien zijn haar ouders net gescheiden en heeft ze echt wel wat anders aan haar hoofd dan de abc-formule. En terecht.
En zoiets geldt ook voor gedragsproblematiek. Je kunt er pas wat mee als je weet wat erachter zit. Dus geen on-size-fits-all oplossing. Geen quick-fix hier. Maar is dat ook niet wat ons vak juist zo leuk maakt?
Wat dan wel? Begrip. Van de ijsberg en van de leerling. Hier komt de ijsberg, de leerling heb jij zelf in je klas:



Hoe doe je dit nu?
Je ziet niet van al je leerlingen die ijsberg natuurlijk. Terwijl het dus wel relevant is om even verder te kijken dan alleen naar het gedrag.
Ik noem het een stapje-terug-doen. Even wat afstand nemen en (in gedachten) kijken naar wat er nu precies gebeurt. Bedenken wat er aan de hand kan zijn; soms weet je wat meer over een leerling. Bijvoorbeeld over wat er thuis speelt.
Bedenk wat deze leerling volgens jou nodig heeft. En dan ga je het uitproberen.
Ga gewoon eens kijken hoe de leerling reageert als je eens wat vraagt aan haar, of simpel even met haar kletst of begroet.
Misschien vindt ze het wel onwennig als je een compliment geeft omdat ze een opdracht heeft geprobeerd ook al zaten er fouten in. Ze heeft wel moeite gedaan en jij waardeert dat.
Misschien krijg je een kleine onopvallende glimlach als je tegen je leerling zegt dat je het fijn vindt dat ze er is. Want thuis is het ingewikkeld en het is een hele klus voor haar om op tijd op school te komen.
Dan weet je dat je goed zit.
Wees positief, probeer het uit en kijk naar wat er gebeurt. En deel complimenten uit, sowieso, aan al je leerlingen! Complimenten, niet alleen op resultaat (mooi hoor, een 8!), maar juist ook op het proces (ik zie dat je hard gewerkt hebt). Dat doet ieder kind goed en geeft een fijne sfeer in je les.
1: waar je “zij” leest, kun je ook “hij” of “die” lezen.
Meesterlijke Mail; jouw gids door het schooljaar in het voortgezet onderwijs. Abonneer je hier:
