Je hebt veel in je mars


Tijd voor wat pit in je les? Tijd voor wat energie om je leerlingen te enthousiasmeren? Denk dan eens aan deze lesopzet.

Benodigheden


Benodigheden:
* één of meer weckpotjes
* net zoveel hangslotjes als weckpotjes
* prijsjes voor in de weckpotjes
* opdrachten om het hangslotje open te krijgen
en..
* duidelijke spelregels want je leerlingen kunnen nog wel eens fanatiek worden

Om met de opdrachten te beginnen..

Mijn hangslotjes hebben 3 cijfers. Dus mijn leerlingen moeten tot een code van 3 cijfers komen. Ik maak opdrachten die horen bij de lesstof en als daar bijvoorbeeld het getal 25 uitkomt, dan laat ik ze de 2 en de 5 bij elkaar optellen. Dan is 7 dus het cijfer dat eruit rolt.

Dit gaat bij exacte vakken makkelijker dan bij andere vakken. Mogelijk kun je voor jouw vak een multiple choice opdracht maken waarbij de verschillende antwoorden voor een cijfer staan. Het is dan wel zaak om een wat gelaagdere opdracht te maken zodat de antwoorden niet zomaar in 1 keer te vinden zijn. Dan zijn je leerlingen wel erg snel klaar namelijk.

Het is ook belangrijk dat de leerlingen weten op welke positie het antwoord komt. Dus dat die 7 van hierboven het 2e getal in de code is, bijvoorbeeld. Als ze dat niet weten dan kennen de volgorde van de cijfers niet. Dan hebben ze 10x10x10 opties voor de code, als ze alle cijfers al goed hebben. En dat werkt demotiverend.

Ik werk hierbij in groepjes. Niet te grote groepjes, want dan krijg je leerlingen die er maar bij hangen en niks doen. Ik zou voor 2 of 3 leerlingen gaan. Als je echt grotere opdrachten maakt, dan kan de groep ook uit 4 personen bestaan.
En dan de spelregels.. wat je niet wilt, is dat je leerlingen naar het potje rennen en blijven uitproberen totdat hij open gaat. Dus het is een goed idee om af te spreken dat als een leerling een poging doet, dat hij of zij 1 code mag proberen. En als die code fout is, gaat de leerling terug naar het groepje. Je kunt ook overwegen om aan te wijzen wie van de groep het mag proberen. Of dat een volgende poging door iemand anders van de groep gedaan wordt. Zo betrek je meteen iedereen erbij.

Dan kun je elk groepje een eigen potje geven of juist 1 potje voorin de klas zodat 1 groepje winnaar wordt. Op de foto zie je dat ik een hangslotje nummer 1 en een nummer 2 heb. Ik heb dus soms 2 versies van de opdrachten. En tot slot, de leerlingen moeten weten aan welke kant van het slotje ze de code moeten draaien. Dat is bij mij dus aan de kant van de “1” of “2” op het slotje.

3 weckpotjes


En dan, wat stop je erin?


Ik stop er altijd marsjes in. Want “ze hebben veel in hun mars”. Een glimlach gegarandeerd.


Meesterlijke Mail; jouw gids door het schooljaar in het voortgezet onderwijs. Abonneer je hier: