Jouw rol als coach

klok met de tekst " Bedankt voor alle hulp bij wiskunde B en de ondersteuning daaromheen"

Bedankt mevrouw, dankzij u is het gelukt!


Roy was zijn vertrouwen in wiskunde even kwijt. Hij had wiskunde B gekozen en dat viel nu wel even tegen. Wiskunde ging eigenlijk altijd wel vanzelf. Gewoon in de les wat werken en die toetsen lukten dan prima. Maar dat was nu wel anders. Hij kwam er niet meer doorheen.

Roy liep hier tegen zijn grenzen aan. Wat voorheen werkte, werkte nu niet meer. Hij moest het anders gaan aanpakken anders zouden zijn onvoldoendes zich gaan opstapelen.

En daar had hij mijn coaching nodig. Want hoe moest hij het dan wel aanpakken? En waarom zou hij dat gaan proberen, zijn vertrouwen in wiskunde was al gekelderd.

Hoe en wanneer coach je je leerlingen eigenlijk? Want je staat toch de hele tijd voor die volle klas? En coaching is toch 1-op-1?

Het makkelijkste is natuurlijk om een gesprekje na schooltijd of in een tussenuur te hebben. Dan heb je de rust ervoor omdat er geen andere leerlingen om heen lopen. Maar dat kun je ook niet altijd doen, want daar heb je de tijd niet voor. Dus soms tijdens de les, als iedereen aan het werk is. Of bij het opruimen voor de bel, dan pakte ik ook wel eens even een momentje met een leerling.

En wat zeg je dan? De kunst is om OMA thuis te laten. Want coachen is niet hetzelfde als een preek afsteken over dat hij harder moet werken.

OMA staat voor Oordelen, Mening geven en Adviseren. Beter doe je dat dus niet.

Wat je wel doet… vragen stellen zodat de leerling aan het denken gezet wordt.

En die vragen beginnen vaak met “ hoe”. Dus “Je cijfers gaan niet zo goed hè, hoe gaat het met je wiskunde?” of “Hoe komt het dat je een 5 hebt gehaald?” .

“Ja ik heb niet geleerd…”, krijg je dan misschien te horen. En dan is het zaak om nog steeds niet te gaan preken. Want je bent nog niet bij de kern van het probleem.

“Hoe komt het dat je niet geleerd had?”

Roy gaf bij mij aan dat hij nooit leerde voor de toets. En eigenlijk ook nooit huiswerk deed. En hij ontdekte dus nu zelf dat dat nu niet meer werkt.

En daar kon ik dan toch wat advies geven. Niet het advies om aan het werk te gaan voor wiskunde, want dat had hij zelf al wel begrepen. Wel het advies over hoe je je voorbereidt op een toets. Dat leer je natuurlijk wel in de brugklas, of nog eens in een mentorles in de 2e klas. Maar als je die informatie op dat moment nog niet nodig hebt, dan doe je er precies niks mee.

Dus deze vierdeklasser kreeg een korte uitleg van hoe je dat dan aanpakt. En geen preek over dat hij allang al zou moeten weten hoe je wiskunde leert en waarom hij dat dan niet deed.

En ik voegde er vertrouwen aan toe. Door de slechte cijfers was zijn zelfvertrouwen gezakt. Door uit te spreken dat ik zijn potentie wel zie, is de kans groter dat hij het stapje extra gaat doen voor mijn vak. “Ik denk wel dat je het kan, als je al zover bent gekomen met deze inzet, dan moet het ook vast lukken als je er wat meer voor gaat doen.”

Twee jaar later, ik was dit eigenlijk al wel weer vergeten… staat hij bij de diploma-uitreiking met een kadootje voor mijn neus. “ Bedankt mevrouw, dankzij u is het gelukt.”


Meesterlijke Mail; jouw gids door het schooljaar in het voortgezet onderwijs. Abonneer je hier: