In maart beginnen met lesgeven betekent dat de klassen al gevormd zijn. De klas heeft zich als groep gevormd; de klassendynamiek ligt al tamelijk vast.
Er zijn al routines gevormd en er is al een manier van werken voor mijn vak. En deze routines en manier van werken ken ik op voorhand niet.
Ik weet wel hoe ik wil dat er gewerkt wordt. Ik heb ook mijn gewoontes, en mijn manier van werken. En dat is in de regel niet hetzelfde als hoe de klas het gewend geraakt is.
Daarnaast heb ik mijn manier van werken met een groep. Mijn regels en mijn manieren om duidelijk te maken waar de grenzen liggen.
Op het moment dat ik de klassen overneem, zijn we in hoog tempo onderweg naar een toets. Dus waar ik tijd zou willen nemen om de klas te leren kennen en mijn routines en manier van werken aan te leren, moet ik alle tijd die er is meteen gebruiken om de toetsstof aan te leren.
Daar ligt de uitdaging. Ik moet op inhoud met de klassen aan het werk, terwijl de kaders in mijn lessen nog niet gezet zijn.
Zo blijkt het voor mijn leerlingen niet duidelijk wanneer de maat voor mij vol is. Ze zijn gewend dat de docent hun namen op het bord schrijft en daar streepjes achter zet. Bij 3 streepjes is het exit.
Dat wist ik niet, maar daar kom ik achter doordat ik een leerling eruit stuur. Deze leerling heeft niet in de gaten gehad dat bij mij de maat vol was. En door dan in gesprek te gaan met de leerling, ontdek ik hoe ze het gewend waren.
Ik doe dat duidelijk anders. Ik wil geen boekhouding op het bord bijhouden. Namen op het bord genereert aandacht, negatieve aandacht. Bij mij merk je het aan wat ik zeg en hoe ik het zeg. Als ik iets al een paar keer heb moeten vragen aan een leerling en ik geef de leerling dan nog 3 tellen om te gaan luisteren…. ja… dan bereik je mijn grens.

Hierna heb ik dit ook aan de klas uitgelegd. Ik heb ze gezegd dat ik weet dat de vorige docent namen op het bord schreef en dat ik dat niet doe. Ik vertel ze hoe je bij mij merkt dat je moet stoppen. Maar ik denk dat de meesten dat intussen al wel opgepikt hadden doordat de leerling die ik eruit stuurde, de grens duidelijk opgezocht had.
Nu weten zij hoe ik dit doe. En als ik vraag of ik moet gaan aftellen dan weten zij nu hoe laat het is: tijd om te luisteren.
Wat leerlingen verwachten, ontdek je door het gesprek met de leerling aan te gaan.
En dan is het belangrijk om goed te weten hoe je het zelf doet, welk gedrag je wilt en daar duidelijk over te zijn.
Zodat de aandacht zo snel mogelijk naar de lesstof kan gaan en het niet meer hoeft te gaan over hoe we werken met elkaar. Er zit namelijk een toets aan te komen.
Na deze toets, starten we met een nieuw hoofdstuk. En in die lesweken heb ik tijd genomen om uit te leggen hoe ik wil dat er gewerkt wordt. En na uitleggen komt controleren en feedback geven. En daarna komt handhaven. Dus als je dan nog niet werkt op een goede manier, dan moet je maar even nakomen.
Tijdens het nakomen heb ik dan meteen de gelegenheid om in gesprek te gaan met de leerling. Om samen te kijken hoe de leerling het precies aanpakt, waarom zo en waarom ik daar niet tevreden over ben. Zo’n gesprek is vaak wat uitgebreider en daar kom ik in de les niet altijd aan toe.
Daarna volgt als snel het einde van het schooljaar en daarmee stopt wat ik kan doen met en voor deze leerlingen. Bij de start van het nieuwe jaar, kan ik gelukkig wat meer de tijd nemen om de klassendynamiek vorm te geven, de leerlingen te leren kennen. En daarna met ze aan het werk te gaan en op tijd een goede methode aan te leren om succesvol te zijn voor mijn vak. Ik kijk er weer naar uit!
Meesterlijke Mail; jouw gids door het schooljaar in het voortgezet onderwijs. Abonneer je hier:
